Sinds het ontstaan van plasma snijden wordt het
gezien als een alternatief voor het autogene
snijden. In deze "Laskennis Opgefrist" wordt
ingegaan op het principe van het proces, de
toepassingen en de voordelen van de diverse
varianten.
Principe
 |
In figuur 1 wordt het principe van het
plasma proces weergegeven. De basis van dit
proces is een elektrische boog, die via een
kleine boring in een doorgaans koperen
mondstuk, staat tussen een elektrode en het
werkstuk. Hierdoor wordt de temperatuur en
de snelheid van het boogplasma dat uit het
mondstuk naar buiten treedt sterk verhoogd.
De temperatuur van plasma ligt boven de 20
000 ºC en de snelheid kan die van het geluid
benaderen. In het geval van plasma snijden
wordt de hoeveelheid plasmagas zodanig hoog
gekozen dat het door de diep inbrandende
plasmaboog tot smelten gebrachte materiaal
uit de snede verwijderd wordt.
Het verschil tussen dit proces en het
autogeen snijden is, dat bij het plasma
snijden het materiaal door de boog alleen
tot smelten wordt gebracht en aansluitend
door de kinetische energie van de
plasmagasstroom uit de snede wordt
verwijderd. Bij het autogeen snijden
daarentegen wordt het materiaal door de
zuurstofstraal verbrand en wordt de dun
vloeibare slak uit de snede geblazen.
Hierdoor is het plasma snij proces ook te
gebruiken voor materialen die voor het
autogeen snijden niet geschikt zijn, zoals
roestvast staal, gietstaal en aluminium.
|
Stroombron
 |
De stroombron die voor het plasma
snijden gebruikt wordt is een gelijkrichter
met een z.g. vallende karakteristiek en een
hoge openspanning. Alhoewel de werkspanning
tijdens het snijden in de buurt van de 50 à
60 volt ligt moet de openspanning voor het
starten van de boog wel zo'n 400 volt zijn.
Bij het starten van het proces wordt in de
toorts eerst een z.g. hulp- of piloot boog
gestart tussen de elektrode en het snij
mondstuk. Tijdens het snijden staat de boog
tussen de elektrode en het werkstuk en is er
sprake van een z.g. overdragende boog. De
elektrode is met de negatieve pool van de
stroombron verbonden en het werkstuk met de
positieve.
Hierdoor komt het merendeel van de opgewekte
energie, ca. 70% beschikbaar voor het
snijden.
|
Gas samenstelling
Bij een conventioneel plasma snijsysteem wordt in de
snij toorts gebruik gemaakt van een
wolfraamelektrode en wordt als gas, argon, een argon
waterstof mengsel of stikstof gebruikt.
Maar , zoals beschreven onder "procesvarianten", kan
ook gebruik gemaakt worden van oxiderende gassen of
gasmengsels, zoals lucht en zuurstof. In die
gevallen kan geen gebruik gemaakt worden van een
wolfraamelektrode, maar bestaat deze uit een hafnium
inzetstuk in een koperen elektrode.
De hoeveelheid plasmagas moet in overeenstemming
zijn met de gebruikte snijstroom en de diameter van
de boring in het snijmondstuk. Als de
plasmagasstroom te laag is kan het fenomeen van "double
arcing" ontstaan. In dat geval zal de boog eerst van
de elektrode naar het snijmondstuk gaan en
aansluitend van het mondstuk naar het werkstuk. Het
wegsmelten van het mondstuk is hiervan het gevolg en
niet zelden wordt ook de snijtoorts beschadigd.
Snijkwaliteit
De snedekwaliteit is over het algemeen vergelijkbaar
met die van het autogeen snijden. Maar omdat het
plasma snijden een smeltproces is, waarbij bovenin
de snede meer vermogen beschikbaar is dan onderin,
zal de snede aan de bovenzijde vaak een ronding te
zien geven en heeft de gehele snede een conische
vorm. Aangezien dit mede veroorzaakt wordt door de
aard van de boring in het mondstuk en het ontwerp
van de toorts, zijn er systemen verkrijgbaar waarbij
deze tekortkomingen verholpen of verminderd zijn.
Procesvarianten
De procesvarianten van fig. a - e zijn alle
ontwikkeld om de snede kwaliteit en de
boogstabiliteit te verbeteren, de geluidsoverlast en
de snijrookemissie te verminderen en de snijsnelheid
te verhogen.
Dubbelgassysteem (a)
 |
In principe werkt deze variant op
dezelfde wijze als de conventionele manier.
In dit geval wordt om het plasmamondstuk
echter nog een beschermgas gecreëerd,
waardoor de boog nog sterker ingesnoerd
wordt en het materiaal uit de snede beter
wordt weggeblazen. Het plasmagas is
doorgaans argon, een argon waterstof mengsel
of stikstof. De samenstelling van het tweede
gas wordt bepaald door het te snijden
materiaal.
- Staal - lucht, zuurstof of stikstof
- Roestvast staal - stikstof, argon
waterstof mengsel of CO2
- Aluminium - argon waterstof mengsel
of stikstof
De voordelen van dit systeem ten opzichte
van de conventionele methode zijn:
- Minder kans op "double arcing"
- Hogere snijsnelheden
- Vermindering van het afronden van de
bovenkant van de snede
|
Waterinjectie (b)
 |
In het algemeen wordt als plasmagas
stikstof toegepast. Een radiale
waterinjectie in de plasmagas stroom zal een
beter insnoering van de boog tot gevolg
hebben.
Hierdoor wordt de boogtemperatuur
aanzienlijk verhoogd en kan een niveau tot
ca. 30 000 ºC bereiken.
De voordelen hiervan ten opzichte van het
conventionele plasma snijden zijn:
- Een verbetering van de
snedekwaliteit en de haaksheid van de
snede
- Hogere snijsnelheden
- Minder kans op "double arcing"
- Minder slijtage van het snijmondstuk
|
Waterscherm (c)
 |
Bij het deze variant van het plasma
snijden heeft men eigenlijk de keuze tussen
het gebruik van een waterdouchekop of het
z.g. onderwater snijden, waarbij het
snijoppervlak 50 - 75 mm onder het
wateroppervlak geplaatst is. Bij deze
methode zorgt het water voor een
vermindering van de snij rook - emissie, een
vermindering van het geluidsniveau en een
langere levensduur van het snijmondstuk.
Hoe effectief de toepassing van een
watergordijn op de verlaging van de
geluidsoverlast is blijkt uit metingen. Bij
het conventionele plasma snijden met
relatief hoge stroomsterktes wordt een
geluidsniveau van ca. 115 dB gemeten. Bij
het snijden met een douchekop daarentegen
daalt dit naar ca. 96 dB en bij het
onderwater snijden wordt een geluidsniveau
van 52 tot 85 dB gemeten.
Het zal duidelijk zijn dat deze varianten
alleen gemechaniseerd uitgevoerd kunnen
worden. |
Plasmalucht-snijden (d)
 |
De gebruikelijke inerte (argon) of laag
reactieve (stikstof) gassen kunnen ook
vervangen worden door lucht. Dit vereist
echter wel het gebruik van een aangepaste
elektrode van hafnium of zirkonium in een
koperen houder. De lucht kan dan ook het
water voor de toortskoeling vervangen. Het
voordeel ligt in het gebruik van een
"gasmengsel" (78% stikstof; 21%zuurstof; 1%
argon) dat beduidend goedkoper is dan de
gebruikelijke gassen. Alhoewel nu de hafnium
of zirkonium elektroden het enige
verbruiksartikel zijn geworden, moet er wel
rekening mee gehouden worden dat deze
beduidend kostbaarder zijn dan de
gebruikelijke wolfraamelektroden. |
Fijnstraal plasma (e)
 |
Deze plasma snijmethode staat ook bekend
onder de Engelse namen High Tolerance Plasma
en HyDefinition snijden.
Teneinde de snedekwaliteit zo sterk te
verbeteren dat het plasma snijden zou kunnen
concurreren met de hoge kwaliteit van het
laser snijden is een systeem ontwikkeld
waarbij de plasmaboog extreem sterk
ingesnoerd wordt. Deze sterke insnoering
wordt bewerkstelligd door het boogplasma dat
in de zuurstofstroom opgewekt is bij het
binnentreden van het plasmamondstuk
geforceerd te laten wervelen. Bovendien
wordt kort voor dat de plasmaboog uittreedt
nog een tweede gasstroom in het mondstuk
geïnjecteerd. Bij sommige systemen wordt
bovendien nog een magneetveld om de
plasmaboog aangebracht, waardoor de boog
gestabiliseerd wordt en het roteren van de
gasstroom beter in stand wordt gehouden.
De voordelen van het fijnstraal plasma
snijden zijn:
- De snedekwaliteit ligt tussen die
van het conventionele plasma snijden en
het laser snijden.
- Een zeer smalle snede
- Minder vervorming van het werkstuk
doordat de warmte beïnvloede zone veel
kleiner is.
Het fijn straal plasma snijden is een
gemechaniseerde methode, waarbij hoge eisen
aan de nauwkeurigheid van de snij apparatuur
gesteld worden. |
|