De stroombron
Het TIG lassen wordt uitgevoerd met een
stroombron met een dalende (Constant Current)
karakteristiek. De stroomsoort is gelijk of
wisselstroom. Een CC-stroombron is vereist om
extreem hoge stromen te vermijden, die bij
kortsluiten met het werkstukoppervlak zouden kunnen
optreden. Dit zou opzettelijk kunnen gebeuren bij
het aanstrijken voor het ontsteken van de boog of
onbedoeld gedurende het lassen. Als, zoals bij het
MIG-lassen, een stroombron met een vlakke
karakteristiek zou worden gebruikt, zou elk contact
met het werkstukoppervlak de elektrodepunt
beschadigen of de elektrode met het werkstuk laten
samensmelten. Bij gelijkstroom wordt de elektrode
negatief gepoold zodat de boogwarmte voor ongeveer
een derde naar de kathode (de negatieve pool) gaat
en voor tweederde ten goede komt aan de anode (de
positieve pool), zodat oververhitting en afsmelten
van de elektrode wordt voorkomen. De omgekeerde
aansluiting, elektrode positief gepoold, geeft een
reinigende werking zodat de oxiden op het
werkstukoppervlak worden verwijderd. Om deze redenen
wordt wisselstroom toegepast als het werkstuk bedekt
is met een hoogsmeltende oxidehuid, zoals bij
aluminium het geval is.
Ontsteken van de boog
De boog kan worden ontstoken door aanstrijken van
het werkstuk, waardoor een kortgesloten elektrisch
circuit ontstaat. Pas bij het onderbreken van het
kortgesloten circuit komt de lasstroom op gang. Er
is echter een risico dat de elektrode aan het
werkstukoppervlak blijft kleven en er een
wolframinsluiting in de las achterblijft. Dit risico
kan worden verkleind met de zogenaamde "liftarc"
techniek, waarbij het kortsluitcircuit optreedt bij
een erg lage stroomsterkte. Gebruikelijker is het
ontsteken van de TIG-boog met HF (hoog frequent). HF
bestaat uit vonken met een zeer hoge spanning van
enkele duizenden volts over een korte periode van
enkele milliseconden. De HF vonken zorgen voor de
ionisatie, het elektrisch geleidend maken van de
ruimte tussen de elektrode en het werkstuk. Zodra de
ionisatie op gang is gekomen kan het circuit met de
stroombron worden gesloten.
Opmerking
Daar HF meer dan normaal hoge elektromagnetische
emissie (EM) veroorzaakt moeten lassers op de hoogte
zijn van het feit dat door gebruik van HF storingen
kunnen optreden in elektronische apparatuur.
EM-emissie plant zich door de lucht voort, net als
radiogolven, of langs stroomkabels. Daarom moet
voorzichtigheid worden betracht opdat elektronische
regelingen, computers en andere apparatuur in de
omgeving van het laswerk niet worden gestoord.
Moderne elektronische stroombronnen zijn op dit punt
gunstiger.
HF is ook van belang voor het stabiliseren van de
boog bij wisselstroom; de polariteit van de
elektrode wisselt met een frequentie van 50 keer per
seconde, met het gevolg dat de boog bij elke
wisseling van de polariteit wordt gedoofd. Om zeker
te stellen dat de boog weer ontsteekt bij elke
polariteitwisseling worden HF vonken samenvallend
met het begin van elke halve cyclus in de ruimte
tussen de elektrode en het werkstuk opgewekt.
Elektroden
De elektroden voor het lassen met gelijkstroom
bestaan gewoonlijk uit zuiver wolfram met een dope
van 1 tot 4% thorium om het ontsteken te bevorderen.
Alternatieve dopes zijn lanthaanoxide en
ceriumoxyde, waarbij gesteld wordt dat zij goede
eigenschappen (ontsteken van de boog en langere
standtijd) combineren met minder stralingsrisico van
het licht radioactieve thoriumoxyde. Het is
belangrijk dat de juiste elektrodediameter en
tophoek wordt gekozen, aangepast aan de
stroomsterkte. In de regel: hoe lager de stroom hoe
dunner de elektrode en hoe kleiner de tophoek. Bij
het lassen met wisselstroom wordt wel zirkonium
toegevoegd om slijtage van de elektrode, die bij
wisselstroom meer warmte te verduren krijgt, te
verminderen. Opgemerkt dient te worden dat vanwege
de hogere thermische belasting een puntige elektrode
niet gehandhaafd kan worden en het einde van de
elektrode bolvormig wordt.
Beschermgassen
Het beschermgas wordt gekozen aan de hand van het
te lassen werkstukmateriaal. Hiertoe kunnen de
volgende richtlijnen behulpzaam zijn: