NTG - Nederlandse Technische Gasmaatschappij b.v. |
Veiligheid |
Gezondheid, veiligheid en het voorkomen van ongevallen bij het lassen.Gevaren bij elektriciteit - stroombronnen en installaties. |
|||||||||
|
Het elektrisch lascircuitHet booglassen met beklede elektroden en het TIG-lassen kunnen zowel met wisselstroom als met gelijkstroom worden toegepast, bij MIG/MAG -lassen wordt praktisch uitsluitend met gelijkstroom gewerkt.Aangezien de booglasprocessen een hoge stroomsterkte (tot 500 A) vereisen, een lasstroom gepaard gaande met een betrekkelijk lage boogspanning (10 tot 40 V), moet de uit het voedingsnet verkregen spanning (230 of 400 V) verlaagd worden. De lastransformator is qua principe dan ook het apparaat dat de netspanning verlaagt en de stroomstroomsterkte verhoogt om het booglassen mogelijk te maken. Om gelijkstroom te kunnen leveren is een gelijkrichter aan de secundaire zijde van de transformator geplaatst. Voor gelijkstroom worden ook omvormers gebruikt, aangedreven door een elektromotor. In het veld worden lasaggregaten toegepast, die worden aangedreven door een verbrandingsmotor. LasinstallatiesVoor het aansluiten van de las- en werkstukkabels gelden de volgende richtlijnen:
De stroombron Moderne stroombronnen zijn veiliger van
ontwerp door een betere isolatieklasse. Een aparte
aardverbinding wordt hierbij niet aanbevolen. De
stroombronnen kunnen worden geïdentificeerd door een
door de fabrikant aangebrachte kenplaat. Hierop
staan de belangrijkste eigenschappen van de
stroombron vermeld en met symbolen wordt de wijze
van isolatie aangegeven.
Gevaren bij het werken met elektriciteitElektrische schok Misschien zijn we ons daarvan niet zo bewust, want we gebruiken dagelijks zowel thuis als op het werk allerlei elektrische apparatuur zonder dat we bij het gebruik hiervan steeds op het gevaar van elektrische schok worden gewezen. Hier is echter een belangrijk onderscheid. Bij de meeste elektrische gereedschappen dient de stroom ervoor om door middel van een elektromotor het gereedschap mechanisch aan te drijven, of door middel van elektrische verwarmingselementen warmte te produceren. Daarbij zijn alle onder spanning staande onderdelen afgeschermd en bij dergelijke gereedschappen komen we niet gemakkelijk in aanraking met stroomvoerende delen, er van uitgaande dat ze ook goed zijn onderhouden.. Bij het elektrisch lassen daarentegen kunnen we wel gemakkelijker in aanraking komen met delen die onder spanning staan, zoals bijvoorbeeld bij het gelijktijdig aanraken van de elektrode en het werkstuk, want bij elektrische booglasprocessen wordt de elektrische boog als "gereedschap" toegepast. Enkele onder spanning staande delen van het elektrisch circuit zijn namelijk niet zodanig afgeschermd dat ze niet aangeraakt kunnen worden, zoals:
Hoewel deze open spanningen laag lijken ten opzichte van de 230 V zoals we die thuis kennen, is het bekend dat alleen 50 V bij wisselstroom of 120 V bij gelijkstroom als ongevaarlijk voor gezonde personen gelden, en dan nog uitsluitend in een droge omgeving. In andere omstandigheden, zoals bij het werken in besloten ruimtes of in een vochtige omgeving, zijn spanningen van rond de 80 V de oorzaak geweest van gevallen van elektrische schok met fatale gevolgen. 80-V. is soms fataalDe regeling van onze lichaamsfuncties wordt bewerkstelligd door kleine elektrische impulsen. Deze lichamelijke processen kunnen ernstig worden verstoord door stroom die van buiten af op ons lichaam inwerkt. Ons hart heeft een eigen regelsysteem en is uiterst gevoelig voor verstoring van buiten af. Bij voldoende stroomsterkte treedt spierverkramping op. Als door het aanraken met elektriciteit spieren in de hand verkrampen kan het gebeuren dat we een vastgepakte geleider niet meer kunnen loslaten. Wordt de borstkas getroffen dan kan dat tot ademstilstand leiden, het hartritme kan verstoord raken, het zogenaamde fibrilleren treedt op en een fatale hartverlamming kan het gevolg zijn. De effecten van elektrische stroom op het lichaam zijn afhankelijk van:
Verkramping van de spieren treedt vooral op bij veranderingen van de stroom. Bij gelijkstroom ligt de drempel hoger. Gelijkstroom is dus veiliger dan wisselstroom. Aangezien gelijkstroom veelal wordt verkregen door het gelijkrichten van wisselstroom moeten we hierbij ook rekening houden met de nog aanwezige rimpel op de gelijkgerichte stroom. De weerstand die de stroom op zijn weg door het lichaam ondervindt valt uiteen in drie delen: de weerstand van de huid waar de stroom binnenkomt, de weerstand van het lichaam zelf en die van de plaats waar de stroom het lichaam weer verlaat. Zoals reeds gezegd is de weerstand van de huid het grootst en daarom zal bij aanraking met elektriciteit de huid in de eerste plaats getroffen worden. Bij een onbeschadigde, droge huid en normaal schoeisel is de weerstand tegen de gebruikelijke open spanning van stroombron wel voldoende hoog, maar daar mag men niet op rekenen. Geschikte werkkleding zoals (droge) handschoenen, veiligheidsschoenen met isolerende zool en een geschikte overall moeten de lasser beschermen tegen elektrische schok.
Zwerfstromen Een
geheel ander elektriciteitsgevaar kan voortkomen uit
zwerfstromen. Zwerfstromen zijn stromen die een
andere weg kiezen dan door het hiervoor bedoelde
lascircuit, dus bijvoorbeeld naar de
lastransformator terug buiten de werkstukkabel om.
Door verhitting van onder stroom staande delen kan
brand ontstaan. Als de werkstukkabel los ligt kan
onder bepaalde omstandigheden de retourstroom via de
elektrische sterkstroominstallatie lopen en
veroorzaakt dan ook schade, die op zijn beurt weer
persoonlijk gevaar mee kan brengen, omdat een als
beveiliging bedoelde aardverbinding niet meer als
zodanig fungeert (zie situatie c in nevenstaande
afbeelding).Ook kunnen hijskabels, kettingen en haken beschadigd worden, doordat zij verbranden of uitgegloeid worden. Met alle gevolgen van dien. Het is dus zaak voldoende ruim bemeten en goed geïsoleerde kabels te gebruiken, voor zowel de laskabel als de werkstukkabel. In de retourleiding mag geen enkele smeltzekering worden aangebracht, evenmin als scheidingsschakelaars, weerstanden, of enig apparaat dat een verbreking van de retourleiding kan veroorzaken en daardoor een spanningsverhoging in het werkstuk teweeg zou kunnen brengen. Veiligheidsmaatregelen en het voorkomen van ongevallenLasapparatuur moet voldoen aan de hiervoor geldende normen (zoals genoemd in dit artikel); goed geïsoleerde lastangen worden aanbevolen zodat per ongeluk geen blootliggende metalen onder spanning staande delen kunnen worden aangeraakt.Laskabels en werkstukkabels moeten goed geïsoleerd en van voldoende dikte zijn om de stroom veilig te kunnen doorvoeren; koppelingen moeten ook geïsoleerd zijn om onbedoeld contact met stroomvoerende delen te voorkomen en met een geschikte capaciteit voor de door te laten stroomsterkte. De werkstukkabel moet zo dicht bij als praktisch mogelijk bij de lasboog bevestigd worden; metalen rails, pijpen en frames mogen niet als onderdeel van het lascircuit worden gebruikt, tenzij zij zelf een onderdeel zijn van het te lassen werkstuk. Controleer de voorschriften voor aarding van het werkstuk. Bij gebruik van een dubbel geïsoleerde of geaarde stroombron kunnen zwerfstromen worden vermeden door het werkstuk of het secundaire circuit niet te aarden. Laskabels, koppelingen en lastang of lastoorts moeten regelmatig worden gecontroleerd op deugdelijkheid en veiligheid. Zonodig dienen defecte onderdelen direct te worden gerepareerd of vervangen. Schakel na werkzaamheden en in pauzes het apparaat uit. Elektrische installaties moeten door speciaal daarvoor opgeleide deskundigen onderhouden worden.
Relevante normen:
|
|||||||||
| bron: NIL |
|
||||||||
|
|
|||||||||